Emil Janssen over het eerste sleutelmoment
“Tijdens een mildere corona fase was er bij het voetbalkooitje een bewonersmeeting, samen met welzijnspartijen in de wijk. Dit was het eerste echte contact met bewoners, daarvoor waren er wel al brieven verstuurd. De meeting was breed gecommuniceerd: op socials, de website én de Wijknetwerker was langsgegaan bij deuren met een flyer. Maar de opkomst was laag. Er kwamen ongeveer 40 mensen. We verwachtten niet veel van de mensen, alleen dat ze even kwamen kijken, want ze waren niet gewend om mee te denken over wat ze in de wijk willen. De visie werd gepresenteerd: posters met de plannen, per thema een tafel. Het evenement zelf was voornamelijk georganiseerd door het Huis van de Wijk die de catering deed samen met bewoners. Het werd dus meer gepresenteerd als een evenementje vanuit de wijk, dan vanuit de gemeente.”
Tweede sleutelmoment
“Input vanuit deze meeting was dat er wel iets te doen was in de buitenruimte voor kinderen tot 12 jaar, maar verder niet. Men vond sporten belangrijk, ook omdat dit lastiger was door corona en de sportscholen dicht waren. In participatietrajecten is er vaak een moment van contact en daarna is het stil. Om die stilte te doorbreken moest er iets gebeuren in de buitenruimte. Posters en een eerste versie met sporttoestellen werden geplaatst om te testen. Worden de toestellen wel echt gebruikt?”
Emil Janssen over het eerste sleutelmoment
“Tijdens een mildere corona fase was er bij het voetbalkooitje een bewonersmeeting, samen met welzijnspartijen in de wijk. Dit was het eerste echte contact met bewoners, daarvoor waren er wel al brieven verstuurd. De meeting was breed gecommuniceerd: op socials, de website én de Wijknetwerker was langsgegaan bij deuren met een flyer. Maar de opkomst was laag. Er kwamen ongeveer 40 mensen. We verwachtten niet veel van de mensen, alleen dat ze even kwamen kijken, want ze waren niet gewend om mee te denken over wat ze in de wijk willen. De visie werd gepresenteerd: posters met de plannen, per thema een tafel. Het evenement zelf was voornamelijk georganiseerd door het Huis van de Wijk die de catering deed samen met bewoners. Het werd dus meer gepresenteerd als een evenementje vanuit de wijk, dan vanuit de gemeente.”
Tweede sleutelmoment
“Input vanuit deze meeting was dat er wel iets te doen was in de buitenruimte voor kinderen tot 12 jaar, maar verder niet. Men vond sporten belangrijk, ook omdat dit lastiger was door corona en de sportscholen dicht waren. In participatietrajecten is er vaak een moment van contact en daarna is het stil. Om die stilte te doorbreken moest er iets gebeuren in de buitenruimte. Posters en een eerste versie met sporttoestellen werden geplaatst om te testen. Worden de toestellen wel echt gebruikt?”

Derde sleutelmoment
“De toestellen bleken dag en nacht in gebruik. Rondom het winkeltje op de hoek waren vaak mensen aan het hangen. Dat bleek niet voor iedereen prettig te zijn. Deze mannen gingen ook hangen op het pleintje en uiteindelijk zelf de plek opruimen en plaatsten prullenbakjes. Dit waren de eerste stappen naar eigenaarschap.
De plek werd dus voor sporten en ook voor verblijven. We waren ons wel bewust van het risico dat het project maar een bepaalde bevolkingsgroep aan zou spreken. Wat vaak het geval is bij dit soort projecten. Door het sporten en zitten te combineren hebben we geprobeerd het te mengen. Dit geeft voor- en nadelen: sommige groepen vinden het juist niet fijn om te sporten als er ook mensen hangen. Vrouwen sporten hier niet graag omdat auto’s gaan afremmen of stoppen, en naar de vrouwen fluiten.”
Vierde sleutelmoment
“Toen kwamen we in een ontwerpproces. Het testen was een schot in de roos, dus de toestellen moesten blijven staan. We hebben nagedacht over meerdere mogelijkheden voor de ruimte onder de metrobak, meer groen bijvoorbeeld. Maar Stadsbeheer ging hiermee niet akkoord. Het zou waarschijnlijk een modderpoel worden en dat straalt ook een negatieve sfeer uit op de rest van het plein. Het is vertaald in een Voorlopig Ontwerp. Deze presenteerden we in het Huis van de Wijk, met de wijkraad erbij (die gebruikten de ontwikkelingen om zichzelf mee te profileren). Iedereen was er blij mee. Niet per se een heel pro-actieve reactie, maar gewoon goed. Dus we zijn doorgegaan met wat we deden.
In 2024 start het bouwproject voor het hele plein. Er komen permanente ingrepen, alles gaat op de schop: speeltuinen erbij, kwalitatief groen, andere verkeerssituatie. De positie van de weg en het plein verandert: het plein wordt dominanter en meer een geheel. Voor de placemaking waren er gevoelsmatig twee pleinen. Na de placemaking werd de ruimte onder de metro ook een echte plek. Straks komen de plekken bij elkaar tot één plein.”
Derde sleutelmoment
“De toestellen bleken dag en nacht in gebruik. Rondom het winkeltje op de hoek waren vaak mensen aan het hangen. Dat bleek niet voor iedereen prettig te zijn. Deze mannen gingen ook hangen op het pleintje en uiteindelijk zelf de plek opruimen en plaatsten prullenbakjes. Dit waren de eerste stappen naar eigenaarschap.
De plek werd dus voor sporten en ook voor verblijven. We waren ons wel bewust van het risico dat het project maar een bepaalde bevolkingsgroep aan zou spreken. Wat vaak het geval is bij dit soort projecten. Door het sporten en zitten te combineren hebben we geprobeerd het te mengen. Dit geeft voor- en nadelen: sommige groepen vinden het juist niet fijn om te sporten als er ook mensen hangen. Vrouwen sporten hier niet graag omdat auto’s gaan afremmen of stoppen, en naar de vrouwen fluiten.”
Vierde sleutelmoment
“Toen kwamen we in een ontwerpproces. Het testen was een schot in de roos, dus de toestellen moesten blijven staan. We hebben nagedacht over meerdere mogelijkheden voor de ruimte onder de metrobak, meer groen bijvoorbeeld. Maar Stadsbeheer ging hiermee niet akkoord. Het zou waarschijnlijk een modderpoel worden en dat straalt ook een negatieve sfeer uit op de rest van het plein. Het is vertaald in een Voorlopig Ontwerp. Deze presenteerden we in het Huis van de Wijk, met de wijkraad erbij (die gebruikten de ontwikkelingen om zichzelf mee te profileren). Iedereen was er blij mee. Niet per se een heel pro-actieve reactie, maar gewoon goed. Dus we zijn doorgegaan met wat we deden.
In 2024 start het bouwproject voor het hele plein. Er komen permanente ingrepen, alles gaat op de schop: speeltuinen erbij, kwalitatief groen, andere verkeerssituatie. De positie van de weg en het plein verandert: het plein wordt dominanter en meer een geheel. Voor de placemaking waren er gevoelsmatig twee pleinen. Na de placemaking werd de ruimte onder de metro ook een echte plek. Straks komen de plekken bij elkaar tot één plein.”